Vooruitkijken voordat de schop de grond in gaat
Dit is waar Madelon voor tekende bij ProRail
Direct naar de inhoud.
Dit is waar Madelon voor tekende bij ProRail
Wordt er voor een spoorproject gegraven in de grond? Dan controleert Madelon Kempen als vakspecialist kabels en leidingen derden waar precies kabels en leidingen liggen. “Door alle voorbereidingen die wij met ons team doen, kunnen we projecten uitvoeren die ervoor zorgen dat treinen veilig en op tijd kunnen rijden.”
"Klopt, dassenburchten kunnen er inderdaad voor zorgen dat de veiligheid van het spoor in het geding komt", gaat Madelon in op de tekening van haar zoon Huub. Dassen graven af en toe hun burcht in spoordijken. Dit kan zorgen voor verzakkingen van het spoor. Om de dassen uit de spoordijk te houden, worden ze eerst voorzichtig verplaatst naar een andere plek. Om er op een duurzame manier voor te zorgen dat de dassen niet naar hun burcht terugkomen, plaatst ProRail onder andere damwanden in de grond.
"Maar in de grond liggen ook kabels en leidingen. Niet alleen die van ProRail, maar ook van andere netbeheerders zoals elektriciteitskabels, gasleidingen en rioleringen. We noemen die organisaties derden. De kabels en leidingen van derden laten we graag liggen want het is best kostbaar om die te verleggen. Door vooraf te onderzoeken waar kabels en leidingen liggen en te overleggen met technische specialisten en netbeheerders, bekijk ik hoe ze kunnen blijven liggen", vertelt Madelon.
Als vakspecialist is Madelon verantwoordelijk voor het organiseren en begeleiden van alle werkzaamheden die met ondergrondse kabels en leidingen van derden te maken hebben. Alle projecten waarbij graafwerkzaamheden nodig zijn, komen van tevoren langs bij Madelon of 1 van haar collega’s. Zij onderzoeken dan waar de kabels en leidingen liggen en bepalen zelf of samen met een ingenieursbureau of ze kunnen blijven liggen.
Als dat niet mogelijk is, dan moeten ze verplaatst worden. Madelon gaat in overleg met netbeheerders om te kijken welke maatregelen er genomen kunnen worden, tegen de laagst mogelijke kosten. "We onderzoeken waar de kabel of leiding kan komen te liggen en welke schadevergoedingsregeling we toepassen.” Bijvoorbeeld wanneer er een nieuw opstelterrein moet komen waar treinen geparkeerd en schoongemaakt kunnen worden. "Door een nieuw opstelterrein kunnen er uiteindelijk meer treinen volgens de dienstregeling rijden. Maar dan moet je er wel voor zorgen dat kabels en leidingen van anderen bereikbaar blijven en niet onder het spoor komen te liggen. Dat kan betekenen dat ze verplaatst moeten worden."
Madelon werkt inmiddels achttien jaar bij ProRail. "Het is gewoon een hele fijne club mensen en het werk is heel divers", zegt ze enthousiast. "In mijn team kunnen we alles overleggen, dat maakt mijn werk extra leuk. Soms zie ik zelf de oplossing niet en komt een collega met een goed idee. Zo blijf ik leren."
Ze houdt van de actie en afwisseling in de projecten. "En ik heb contact met netbeheerders, omgevingsmanagers, technisch projectleiders en de technisch specialisten van de ingenieursbureaus. Ik ben het centrale aanspreekpunt en zorg voor de verbinding van de verschillende organisaties. Dat doe ik vanuit het belang van ProRail, maar ook met aandacht voor het belang van netbeheerders."
Zo is ze trots op een ontdekking die ze deed in het vergunningssysteem van ProRail. "Daarin vond ik een vergunning van een grote gestuurde boring: dat is een techniek waarmee kabels en leidingen worden aangelegd zonder te graven. Maar deze boring stond niet in het overzicht van het Kadaster.” Hierin staan de exacte locaties van alle ondergrondse kabels en leidingen in Nederland.
Madelon heeft de netbeheerders hierop gewezen en gevraagd deze informatie goed op te laten nemen in het Kadaster. “Dit zorgt voor minder kans op schade als er op die plek gegraven moet worden. Ik vind het mooi dat ik een bijdrage heb geleverd aan een betere vastlegging. Door alle voorbereidingen die wij met elkaar doen kunnen we projecten uitvoeren die zorgen voor een veilig spoor. Zo houden we Nederland goed bereikbaar.